Home / Sport en ontspanning / NEC is voor mij een soort levenswijze geworden

NEC is voor mij een soort levenswijze geworden

Hij was initiator, aanjager en drijvende kracht – kortom, grote man – achter het prachtige 125 jaar NEC-jubileumboek: Dirk Lotgerink. Geboren en getogen in de Dromedarisstraat is Lotgerink kind van de wijk. En kind aan huis bij NEC, de club waarvan ‘ie al ruim 30 jaar fan is. Hart van Nijmegen probeerde te achterhalen wat voor Lotgerink nou ware clubliefde is. “NEC is deel geworden van mijn familie.” 

We schrijven 7 februari jongstleden als Dirk Lotgerink zich voor de zoveelste maal dit seizoen in de arm knijpt en zich afvraagt of het wel echt zíjn club is die tweede staat in de Eredivisie. Best leuk ook om die stand via Teletekstpagina 818 op je social media te posten. Dat die tweede plek nog geen 24 uur standhield, doet er dan niet echt toe. 

Ging het echt zo, die bewuste zaterdag na de thuiswedstrijd tegen Heracles (4-1 winst)…? 
“Eigenlijk wel ja. Qua niveau staan we overigens momenteel terecht zo hoog, want dit is een voor NEC-begrippen zeldzaam goed voetballend team. Naast het huidige zijn er in ‘mijn’ NEC-leven nog drie andere teams die er bovenuit staken. Het eerste was dat onder trainer Jimmy Calderwood, die in 1998 met een veredeld vriendenteam 8e werd. Het tweede was dat onder Mario Been in 2008 en het derde was het team dat met precies 100 doelpunten kampioen werd van de – toen nog – Jupiler League. Dat was in 2015.” 

In het dagelijks leven is Dirk Jan Hendrik Lotgerink (van 1985) niet alleen vriend van Kayleigh en vader van tweeling Thorre en Lizzie, maar nog veel meer: docent Spaans, voetbaltolk, vertaler, freelance journalist en ooit stadsgids te Buenos Aires. En liefhebber van NEC, Nijmegen en Mexico. 

NEC en Nijmegen snappen we, maar Mexico…? 
“In 2012 heb ik daar mijn master Spaanstalige Letterkunde gedaan, een tijdje op de universiteit gewerkt en in een oude Volkswagen Kever door het land getoerd. Toen heb ik m’n hart aan Mexico verpand. Die kever is er nog steeds; ooit hoop ik daarmee weer door Mexico te trekken en het project af te ronden. Daarom ben ik nog bezig met een Spaanstalige roman. Dat wordt een soort ode aan Mexico, aan de gastvrijheid daar. Hoewel het land natuurlijk ook duistere kanten kent.”

Als 9-jarig menneke bezocht jij samen met je vader voor het eerst de Goffert. En bent dat tot op de dag van vandaag blijven doen. Dus de route van het ouderlijk huis naar de Bloedkuul vind jij nog met de ogen dicht. 
“Sterker: ik heb dat ooit gedaan! Ik maakte toen een artikel over de blindentribune in de Goffert. En mijn vader Hans, 75 jaar nu, was mijn begeleider.”

Hoe diep zit die liefde voor NEC? 
“Behoorlijk diep. Ik denk dat het een soort levenswijze is geworden. Ik pas mijn agenda erop aan; NEC is bijna leidend geworden. Het is deel geworden van m’n familie. Zoals gisteravond (het interview vindt plaats op de ochtend na de memorabele 3-2 winst in de halve finale KNVB-beker tegen PSV, RL), toen iedereen elkaar huilend in de armen viel. Op dat soort momenten is het één grote familie.”  

Jij was niet alleen de grote man achter het jubileumboek, maar doet al langer dingen voor de club. Wanneer en hoe kwam jij beroepsmatig met NEC in aanraking?
“Ik schreef al langer over NEC, maar toen Iván Márquez (Spaanse verdediger die in 2021 bij NEC kwam, RL) vroegen media mij om te tolken. Daarnaast schreef ik ook voor het magazine van de VVCS, de spelersvakbond. En daar wisten ze dat ik docent Spaans ben, dus toen zij een cursus Spaans aan hun spelers aan wilden bieden, kwam ik in beeld. In mijn leven loopt alles eigenlijk door elkaar heen. Het jubileumboek was mijn eerste grote schrijfklus in opdracht van de club. Inderdaad heb ik van mijn werk m’n hobby weten te maken en andersom. Leuke anekdote nog over dat boek: toen de exemplaren die de OSRN, NEC’s businessclub, overhield, alsnog in de verkoop gingen, ontstond er voor het stadion spontaan een rij van honderd meter. Een droom toch, voor elke schrijver; dat ze voor jouw boek in de rij staan?!”

Je bent inmiddels al enige jaren Bekenees. Denk je er weleens aan of je ook zo’n hartstochtelijk fan van NEC was geweest als je wieg in de Weezenhof had gestaan?  
“Ik denk wel dat ik dan ook fan was geweest ja. Alleen zouden we dan op de fiets naar de Goffert zijn gegaan. Of je meegaat in die clubliefde hangt echt af van degenen die jou meenemen in die passie. Zoals bij mij thuis is gebeurd. Ik heb ervaren dat dat wandelingetje naar het stadion elke wedstrijd, mensen wel dichter bij elkaar brengt.” 

Tekst: Roeland Loosen
Foto: Willem Melssen