Renée Warners, Sam Schilder en Judith Salden onderzochten met vijf andere studenten hoe speelplaatsen en groene ruimtes in de Hazenkamp anders kunnen worden ingericht zodat meer mensen er gebruik van gaan maken.
Het project heet ‘Space to move’ en maakt deel uit van het zogeheten honoursprogramma van de Radboud Universiteit. Studenten uit verschillende hoeken van de wetenschap denken daarin met elkaar na over maatschappelijke thema’s. Renée (24 jaar) is masterstudent creative industries, Sam (24 jaar) is bezig met de master cognitieve neurowetenschappen en Judith (21 jaar) studeert orthopedagogiek. Judith: “Onze opdracht was zo creatief mogelijk te denken en met droombeelden te werken. Dat is heel erg leuk als je met zoveel verschillende mensen samenwerkt. Iedereen brengt wat anders mee qua kennis en persoonlijkheid.”
Twaalf speelplekken
De opdracht van de gemeente luidde om de speelplekken en buitenruimten in de wijk Hazenkamp te onderzoeken, met als aanname dat meer mensen er gebruik van gaan maken als de plekken worden verbeterd. Renée: “Wij toetsen in ons project of dat zo is en wat er dan zou moeten worden aangepast. Er zijn twaalf speelplekken in de wijk en die hebben we allemaal geanalyseerd. We hebben in kaart gebracht welke voorzieningen er zijn en hebben geobserveerd wie er komen, en wanneer en hoe de speeltoestellen worden gebruikt. Daarnaast hebben we experts gesproken en een vragenlijst uitgezet in de wijk waarin bewoners konden aangeven wat zij graag willen zien in de speelplekken en in de groene ruimtes.”
Sam: “We konden al snel concluderen dat iedere speeltuin zich richt op een bepaalde leeftijdsgroep. En binnen een speeltuin is er weinig variatie in de moeilijkheidsgraad van de toestellen.” Judith: “Je wilt eigenlijk dat kinderen kunnen doorgroeien in de speelplek, zeg maar. Dan komen ze ook steeds terug.”
Gigantische steuren
Ter inspiratie nam het achttal een kijkje in Denemarken, onder meer bij speelplekontwerper Monstrum. Sam: “We hebben daar echt ongelofelijk prachtige dingen gezien. Bij Monstrum maken ze eigenlijk kunst. Maar kunst waarin je kunt spelen.” Renée: “Bijvoorbeeld twee gigantische steuren die je van buiten en van binnen kunt beklimmen. En binnenin kunnen kinderen bovendien nog iets leren over deze vissen.”
Het hoeft echter niet altijd groots en meeslepend te zijn. Kleine aanpassingen kunnen al heel veel uitmaken. Judith: “Plaats wat bankjes bij de speeltoestellen zodat ouders of begeleiders lekker kunnen zitten terwijl de kinderen spelen, of waarop buurtbewoners met elkaar een praatje kunnen maken. Hoe meer bankjes je plaatst, hoe meer mensen gaan bewegen, vertelde me eens iemand. Het klinkt paradoxaal, maar ik geloof er wel in.”
Ook iets kleins als de plek van de prullenbak kan zorgen voor een prettigere plek. Judith: “Vaak staat die bak buiten de omheining van het speelveld. Met als gevolg dat veel troep op de grond belandt. Zet zo’n afvalbak in de speelruimte en je zult zien dat het veel netter blijft en daardoor aantrekkelijker is om naartoe te gaan.” Renée: “Over omheining gesproken: waarom staan er eigenlijk hekken om de speelplek? Ja, vast om de honden buiten te houden. Maar waarom grens je dan het grasveld niet af en hou je de speelplek open: dan is het veel uitnodigender voor mensen om er gebruik van te maken.”
Dierennamen
De drie studenten pleiten ook voor het ‘plukken van het laaghangende fruit’. Renée: “De Hazenkamp bestaat uit straten met dierennamen. Dan is het toch fantastisch om daarvan gebruik te maken? Dat zorgt ook voor verbinding. Op de speelplek bij de St. Annamolen, op de kruising van de Vossenlaan en de Hazenkampseweg, staat een wiptoestel in de vorm van een schaap. Waarom maak je daar geen vos van? Waarom zet je geen grote haas op het dak van de klimhut? Hartstikke leuk toch?”
Sam: “Het zou wel echt heel tof zijn om op een van de speelplekken zo’n fantastische houten speelinstallatie van Monstrum neer te zetten. Ik weet zeker dat zo’n installatie een geweldige aantrekkingskracht heeft voor de buurt en er veel buurtgenoten op af komen. Maar als ik voor iets kleins zou moeten gaan, dan zou ik voor bankjes kiezen. De speelplek bij de kruising van de Hazenkampseweg en de Dingostraat heeft bijvoorbeeld een aantal bankjes in een halve cirkel staan, maar die staan met de rug naar de speelplek gekeerd; net verkeerd om dus. Dat is natuurlijk snel te verbeteren.” Judith: “Ja, of zo’n kletsschommel plaatsen die we zagen in Denemarken. Geweldig. Dat is een soort picknickbank in schommelvorm waarin je lekker kunt bijkletsen met elkaar.” Renée: “Je kunt ook kijken naar de dingen die er al zijn, bijvoorbeeld bomen. Vaak kun je daar heel gemakkelijk een geweldige klimboom van maken.”
Sam: “Het aantrekkelijk maken van de speelplekken en buitenruimtes in de Hazenkamp is dus meer dan nadenken over speeltoestellen. De gemeente wil buurtbewoners naar de buitenruimte verleiden te komen om zo met elkaar in contact te staan. De speelplek zou daarom in onze visie een soort sociaal knooppunt worden waar buurtbewoners elkaar ontmoeten. Een echte ontmoetingsplek. Ik denk dat ons onderzoek daar straks een mooie aanzet voor zal geven.”
Tekst en foto: Ilse Westenenk











