Home / Sport en ontspanning / “Het werkt alleen als je tegen de nummer 1, maar ook tegen de nummer 18 oprecht eerlijk bent”

“Het werkt alleen als je tegen de nummer 1, maar ook tegen de nummer 18 oprecht eerlijk bent”

NEC is voor Muslu Nalbantoglu de club die hij in twee hoedanigheden diende. Beter: nog steeds dient, want na eerste elftalspeler te zijn geweest in de jaren 2004 – 2008 wordt het komend seizoen alweer het negende dat Nalbantoglu in de Goffert actief is als teammanager. Een gesprek over rood/groen/zwart bloed, de intensiteit van het werk als teammanager en zijn dubbele nationaliteit. “Ik ben een Nederturk. En voor altijd een echte NEC’er.”

Nalbantoglu was in zijn jaren als profvoetballer in de Goffert, waar hij op z’n 20ste debuteerde, een betrouwbare, nooit opgevende verdediger, rechtsback. Mouwen opstropen en gaan, alles geven. Een speler ook die je niet één, maar drie keer tegen kwam als je ‘m voorbij wilde. Het was die onverzettelijkheid die ‘Moes’ zo geliefd maakte bij de supporters. Niet gek dus dat Nalbantoglu na z’n contractverlenging twee maanden geleden zei: “Vanwege de trouwe achterban blijft het ontzettend bijzonder om voor NEC te werken.”

Hoe word je nou teammanager van NEC, terwijl je zelf net speler-af bent en pas 33…? 

“Acht jaar geleden werd ik gevraagd om teammanager te worden van de spelersselectie en de staf. Ook op voorspraak van oud-trainer Leen Looijen (NEC-icoon, inmiddels 78 en nog elke dag op de club te vinden, RL). Een jaar daarvoor was ik ook al in de race, maar toen was al snel duidelijk dat Patrick Pothuizen het zou worden. (Grappend:) En ja, van een NEC’er van dat kaliber win je het niet!“

Wat doet een teammanager nou zo’n hele dag?

“Vooral 24/7 beschikbaar zijn (tijdens ons gesprek wordt Nalbantoglu drie keer gebeld, RL). Dat is wel een kernkwaliteit. Het komt erop neer dat ik de spelers en de staf zo compleet mogelijk ontzorg. Dat betekent alles regelen. Nieuwe, buitenlandse spelers uitleggen hoe ze hier in Nederland afval moeten scheiden en welke benzine ze moeten tanken. Spelers ophalen van vliegvelden, met ze naar de IND, maar ook hotels regelen, trainingskampen regelen, agenda’s bepalen. En alles wat daartussen zit. En dan nog veel meer. In dit verband moet je trouwens zeker ook Rifki Holla noemen, die mij op dit vlak enorm goed en fijn ondersteunt.”

Welke kwaliteiten heb je in die job nodig en vind jij belangrijk?

“Voor mij geldt heel sterk, ook in de functie als teammanager, dat ik altijd en overal mezelf moet zijn. Dat betekent onder andere dat wat ik op m’n lever heb, eruit moet. Ik heb het hart op de tong, ja. In mijn tijd als speler hier leek ik misschien wel een van de rustigste, maar dat betekent niet dat je je hart niet moet laten spreken. En eerlijk zijn. Altijd en niet selectief. Ben je dat wel, dan prikken die gasten daar genadeloos doorheen. Een goeie teammanager zijn werkt voor mij dan ook alleen als je tegen de nummer 1 net zo eerlijk bent als tegen de nummer 18 van de selectie. Jij kunt wel zeggen dat deze functie mij past als een jas, maar ze moeten je wel accepteren. Ik ga hier m’n negende seizoen in hè, dat zegt genoeg.”

Nooit de neiging om je als oud-prof te bemoeien met wat je op het veld ziet?”

“Zeker wel! Maar ik weet ook: we hebben een hoofdtrainer en drie assistent-trainers. En ik roep wel ’s wat, maar zal me nooit tactisch of anderszins met het spel bemoeien.”

Wat zijn voor jou de voordelen van het zelf prof geweest zijn die je meeneemt in deze functie?

“Ik ken zowel het geluk als de teleurstellingen die je als profvoetballer kunt ervaren. Dus dan weet je wanneer je wat tegen de jongens moet zeggen. Ik ken de kleedkamer van binnenuit. Dat vind ik een heel groot voordeel.”

Jij hebt een dubbele nationaliteit: twee paspoorten dus. Is dat nog een issue voor je?

“Nee hoor. Het is wat het is; ik ben een echte Nederturk. Maar als ik thuis kom, ben ik Turk. Dan gaan de schoenen uit ja. En dat vraag ik ook aan anderen die bij ons thuis komen. Ik heb Turkse roots. Mijn vader ligt in Turkije begraven en ik zoek ‘m elk jaar op. Maar NEC is, na m’n gezin en leven in Amersfoort, m’n tweede thuis. Ik ben een echte NEC’er, dat gevoel gaat nooit meer weg. Er zal altijd rood/groen/zwart bloed door m’n aderen blijven stromen.”

Tekst: Roeland Loosen
Foto’s: Willem Melssen