Home / Wijkgeschiedenis / Winkelsteeg geeft 130 Merovingische graven prijs

Winkelsteeg geeft 130 Merovingische graven prijs

Eens lang geleden, het zal in juni 2025 AD geweest zijn, reisden archeologen naar het zuiden van de gemeente Nijmegen. Ze sloegen hun kamp op bij het Maas-Waalkanaal waar ooit sportvereniging Hatert alle ballen in de lucht hield.

Meer over Merovingen

De Merovingische tijd beslaat de periode van ongeveer 450 tot 750. De Romeinen zijn dan vertrokken, het is chaos in Europa. Frankische koningen nemen de macht over, onder de naam Merovingen. Die naam is ontleend aan de eerste vorst Merovech, een mythische koning van wie het bestaan niet is bewezen. Romeinen dragen hun haar kort, de Merovingen daarentegen staan bekend als langharigen. De Merovingen hebben een rijk gevormd dat bestaat uit delen van het huidige Nederland, België, Frankrijk en Duitsland.

Opgravingen maken duidelijk dat de Merovingen in relatief grote rijkdom leven. In 751 moeten de Merovingen plaats maken voor de Karolingen.

Archeologische tijdlijn Nederland
Bronstijd: ca. 1900 – 700 v. Chr
IJzertijd: ca. 700 – 50 v. Chr.
Romeinse tijd: ca. 50 v. Chr. – 450
Merovingen: 450-750

Het is niet voor de historie van de sportclub dat het selecte gezelschap op die plek was neergestreken. Nee, de onderzoekers volgden het ondergrondse spoor van volkeren die zich ver terug in de tijd vestigden in Noviomagus en omstreken. Gemeenschappen bijvoorbeeld uit de ijzertijd die hun geschiedenis nalieten, uit de Romeinse periode natuurlijk, maar zeker ook uit de daaropvolgende Merovingische tijd (ca 450-750), het begin van de vroege middeleeuwen.

Kleuren en vlekken

Waar eens Nijmeegse, zeg Hatertse sporters hun bijna oneindig durende derde helft speelden, zaten opgravers aan lange tafels met helmen, oranje hesjes en broodtrommels. Grote kaarten in hun buurt, tegen de ramen en op tafel. Voor een leek waren het lijnen en puntjes in kleuren, blauwe vlekken en nummers die met precisie waren aangebracht. Projectleiders Joep Hendriks en Pepijn van de Geer van Bureau Archeologie en Bodemkwaliteit van de gemeente Nijmegen gaven de verklaring voor de brij aan informatie.

Elke blauwe stip stond voor de Romeinse tijd, groen was Merovingisch/vroeg middeleeuws. Zwarte stipjes op de kaart bleken grondsporen van woningen uit de ijzertijd. “Het zijn losse palen in de grond in de vorm van een huis. Bewoners plaatsten houten wanden en maakten een dak van riet. Het hout is vergaan en laat zwarte rondingen in de grond achter”, aldus Van de Geer en Hendriks.

De groene puntjes op de kaart duiden op 130 graven uit de middeleeuwen; verwacht was er zo’n 40 graven aan te treffen. De mannen toonden zich overigens niet snel onder de indruk, want ze zijn gepokt en gemazeld; waren op meerdere bijzondere plekken al geweest in het rijk van Nijmegen dat zo vondstenrijk is. Zoals het noordelijker gelegen Lent.

Verdwenen

“Daar hebben we dit soort sporen ook aangetroffen en was het grafveld bijna net zo groot.” In het zuidelijkere Wijchen was de vindplaats zelfs nog groter. De vroegere bewoners begroeven hun overledenen in rijen, constateerden de archeologen. “Van de grafgiften kunnen we misschien afleiden welke status in de gemeenschap ze hadden. Of ze drinken meekregen, en eten voor onderweg.” Wat de speurders gevonden hadden, waren meestal potjes van aardewerk, metalen voorwerpen die sterk verroest waren ─ “vooral dolken en messen” ─, glazen kralen, zwaarden, enkele mantelspelden; gespen van zilver en brons ook. En vooruit: ook enkele gouden munten.

Elke vondst kreeg een nummer en een stipje op de kaart. Dankzij inmeting was precies terug te zien wat waar was gevonden. Rondjes op de kaart gaven crematieresten uit de Romeinse tijd aan. “Soms zie je een lijkschaduw, aan de kleur in de grond.” In Lent bestond een kwart van de vondsten uit crematiegraven. “In de vroege middeleeuwen kwam er een omslag van cremeren naar begraven.”

Merovingische grafvelden

Hendriks zei dat in Nijmegen eerder vondsten zijn gedaan van Merovingische grafvelden. In Lent zelfs twee. “Hier in Hatert is het een mooie bijkomstigheid dat mensen rond een voormalige Romeinse nederzetting zijn blijven wonen. Je vindt hier sporen uit de bronstijd, de ijzertijd, de Romeinse tijd en de middeleeuwen.”

Van de Geer wees erop dat het Goffertpark droog is, maar dat Hatert een waterrijk gebied is en was. Ook in Lankforst, tweehonderd meter zuidelijker over het kanaal, is het terrein nat. Het waren volgens hem ideale omstandigheden voor mensen die vee hielden. “Ze wonen hier net hoog genoeg om droge voeten te houden en hebben toch water binnen handbereik. Het is in de bronstijd hartstikke interessant om hier te wonen.”

De projectleider vertelde verder dat huizen in die tijd om de een of twee generaties werden verplaatst. “Om rijkere grond te bebouwen werden de huizen op een andere plek neergezet. Dat gebeurde bijvoorbeeld ook in Brabant en in de Achterhoek. Mogelijk dat hier in Winkelsteeg nog ergens anders een grafveld te vinden is.”

Bij hun werk kregen Hendriks en Van de Geer hulp van leden van de Nederlandse Archeologievereniging (AWN). Saxion in Deventer leverde studenten die in Nijmegen kwamen assisteren. Nu eens bestond het gezelschap uit twaalf, dan weer uit wel zestien mensen.

Chaos in Europa

De archeologen hebben van de vijf hectare grond achter de brandweerkazerne zo’n twee hectare op de kop gezet. Onder tentdoeken tegen de zon groeven ze putten, voerden zand af met kruiwagens, pakten scheppen en schepjes en troffels om de stoffige aarde van haar schatten te ontdoen. De aandacht van de oranje hesjes ging op dat moment uit naar een grafveld dat samen met vrijwilligers werd blootgelegd.

Tevoorschijn kwamen potjes, glazen kralen uit de Merovingische tijd, de vroege middeleeuwen. “We weten er nog steeds niet heel veel van”, bekende Hendriks. “In die tijd is het een chaos in Europa, met veel verhuizingen van volkeren. We hebben in Nederland nog niet veel nederzettingen goed onderzocht.”

Gescheiden

Voordat het grote werk dichtbij Hatert kon beginnen, werden proefsleuven van vijf bij twintig meter gegraven. Hendriks: “Toen werd al snel duidelijk dat hier veel archeologisch materiaal in de bodem zat. Er zijn greppels met resten van huizen, van Romeinse boerderijen.” De Romeinen hielden de woonplek gescheiden van de begraafplaats. “Bij een grafveld vind je informatie over de mensen, zoals hun leeftijd en hun geslacht. In de woonstee zijn sporen te vinden van wat de mensen maakten en deden, hoe ze leefden.”

Hendriks vervolgde: “Heel Winkelsteeg zit vol archeologisch materiaal. Toen het Maas-Waalkanaal is gegraven, was archeologisch onderzoek nog niet verplicht. Misschien dat er toch iets is opgeschreven van wat de gravers hebben gevonden.” Hij wijst op een blauwe vlek: drie waterputten naast elkaar. “Op een diepte van twee meter, vlak onder het oppervlak. Uit de ijzertijd of de Romeinse tijd, dat weten we niet.” De opwinding onder archeologen wordt volgens Van de Geer gaandeweg minder. “Bij de eerste kralen die tevoorschijn komen en bij de eerste zwaarden is er opwinding. Dan gaan de appjes rond. Nu is het normaal, zijn het gewone dingen geworden.”

Knikwandpot

In graven van jongens, meisjes en vrouwen werden dikwijls kralen gevonden uit midden zesde, begin zevende eeuw. Die kralen kwamen uit India, Egypte of uit het Oostzeegebied. “Kennelijk hadden ze een netwerk van handelaren voor sieraden en grondstoffen.” Mannen hadden in hun graf meestal een lans, schild, dolk of zwaard. “In de zevende eeuw namen de kralen af, tegelijk met het grafritueel. Typisch Merovingisch uit de tijd van 500-700 is de knikwandpot zoals ook in Hatert opdook. Dat is een klein, gaaf potje dat als tafelservies werd gebruikt. Veel potten dienden puur voor het grafritueel, dat zijn geen kookpotten geweest.”

Hoewel de ontdekkers bezig waren in Merovingisch gebied, troffen ze ook Romeinse scherven aan. “In Merovingische graven vinden we ook veel materiaal uit de ijzertijd. We maken overal foto’s van, in totaal zitten we op 5000, 6000 foto’s. Dit is een heel groot graf.” Een wijzende vinger naar beneden: “Dat daar kunnen houtresten zijn, of het silhouet van een kist. Het kan een boomstam zijn geweest die als grafdeksel fungeerde.”

Geen grafroof

De archeologen legden uit dat graven soms geopend waren geweest, waarna er spullen en botresten werden weggenomen. “Maar dat gebeurde als ritueel, het was geen grafroof. Dat gebeurde door de gemeenschap zelf. Die heeft het bewust geopend om materiaal te hergebruiken. We hebben ooit graven gevonden met kostbare spullen erin die heropend waren. Maar de kostbaarheden lagen er nog in, daar was het dus niet om te doen.” Hendriks zei het soms een hele puzzel te vinden om een graf te ontleden. “Dan hebben we een graf half uitgegraven om de lengtedoorsnede ervan en profil te bekijken. We besluiten dan dat het misschien beter te zien is wanneer we de rest van het graf volledig in het horizontale vlak vrij leggen.”

Het Valkhof

De vondsten in Winkelsteeg zouden volgens Hendriks in seizoen 2028/2029 in het Valkhof Museum niet misstaan. “Een expositie over de Merovingische tijd, dat zouden we kunnen doen. Mooi om dat dicht bij de vindplaatsen te laten zien.” Dat zou mooi zijn. Want aan de Winkelsteegseweg waar de archeologen hun opgravingen hebben gedaan, is niets meer te zien dat op hun aanwezigheid duidt. Ze hebben, anders dan degenen naar wie ze op zoek zijn geweest, he-le-maal niets achtergelaten.

Foto en tekst: Henk Verhagen